Bio-industrie een aflopende zaak?

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog ontstond een periode van welvaart aan in de wereld. Er ontstond een markt voor luxegoederen en er ontstond meer behoefte aan voedsel. Er moest dus een manier gevonden worden om grootschalig meer voedsel te kunnen produceren. Kort gezegd werd deze gevonden in de vorm van bio-industrie. Dieren werden in kleine ruimtes, meestal binnen, gehouden, zodat er een zo efficient mogelijke productiewijze ontstond. Er werd zo verkomen dat er veel grond verloren ging door het extensief houden van dieren. Hiermee is het gelukt een groot deel van de wereldbevolking van goedkoop vlees te voorzien.

Gaandeweg ontstond er echter ook weerstand tegen de bio-industrie. Dierenwelzijn werd een belangrijker issue. Zie hierbij ook de recente opkomst van een politieke partij als de Partij voor de Dieren.Het houden van dieren op onnatuurlijke wijze gehouden worden in te kleine ruimten veelal zonder enige vorm van daglicht stuitte op steeds meer verzet onder alle lagen van de bevolking. Organisaties als Wakker Dier hebben veel bijgedragen aan informatievoorziening over de nadelen van bio-industrie en hebben door middel van campagnes veel supermarkten weten over te halen over te stappen op scharrelvlees. Een bekende campagne is die tegen de zogenaamde plofkip en kiloknallers. De ontwikkeling naar een diervriendelijker wijze van produceren van vlees past in de tendens van meer duurzaam produceren op het platteland. Er wordt meer biologisch en regionaal geproduceerd. Dit is ook een duidelijke wens van de consument.

Dergelijke campagnes door actiegroepen hebben resultaat geboekt. Een recent voorbeeld is bijvoorbeeld het verbod op legbatterijen dat begin 2012 is uitgevaardigd. Ook de bouw van megastallen zal door de huidige regering kritisch worden bekeken. Maar hoe werkt een dergelijk verbod nu in de realiteit. Er zitten altijd haken en ogen aan dergelijke wetgeving. Het blijkt moeilijk deze wetgeving in Europees verband te handhaven. Hierdoor worden Nederlandse pluimeehouders ernstig benadeeld in hun concurrentiepositie. Boeren uit andere landen kunnen hun producten veel goedkoper aanbieden als zij hun kippen nog wel in legbatterijen kunnen houden. Ook voedseldeskundige van de FAO Louise Fresco plaatst kritische kanttekeningen. In haar boek Hamburgers in het paradijs behandelt ze onder andere de vooroordelen over bio-industrie, voor- en nadelen van biologisch produceren van voedsel. Zij pleit voor een kritische blik en doet een appel voor matiging van wereldwijde voedselconsumptie als oplossing voor deze problematiek.